NOS-column: Het nieuwe Turkije houdt oude problemen

9 June 2011 | reageer

In de zomervakantie van 1991 maakte ik voor het eerst kennis met mijn geboorteland Turkije. Ik was toen dertien jaar. Elf jaar daarvoor hadden we Izmir de rug toegekeerd om een nieuw bestaan op te bouwen in Europa. Via Hamburg belandden we in Amsterdam. Nederland werd mijn thuis, de plek waar ik wortelde en gevormd werd. Turkije kende ik alleen van de met weemoed doordrenkte verhalen van mijn ouders en de vergeelde foto’s waarop mijn grootouders altijd droevig naar de lens staarden alsof ze de hoop op onze terugkeer reeds hadden opgegeven. Die memorabele zomer drukte ik hen voor het eerst tegen me aan en maakte ik kennis met hun breekbare stem en zoetzure geur die onmiskenbaar bij hun oude lichamen hoorde.

Maar hoe aandachtig ik ook naar de verhalen van mijn ouders had geluisterd, ze hadden me nooit kunnen voorbereiden op de cultuurshock die ik zou ondergaan. Ik was terug op mijn geboortegrond, maar het voelde niet als thuiskomen. Ik betrad een mysterieuze wereld waarin alles anders rook en smaakte, en ik als vreemdeling werd gezien. Voor het eerst kreeg ik te horen dat mijn Turks raar klonk en werd ik meermaals voor ‘Duitser’ uitgemaakt. Na drie weken had ik heimwee.

Turkije was toen een straatarm land dat geteisterd werd door een krankzinnige inflatie. Ik kan me nog goed herinneren dat in 1991 een stuk brood achthonderd lire kostte. Twee zomervakanties later was dat bedrag vervijfvoudigd. Mijn familie leefde onder eenvoudige omstandigheden. Ze bezaten weinig en klaagden onophoudelijk over de hoge prijzen en werkloosheid. Sommigen werkten tegen een miezerig hongerloontje. Mijn hart brak toen ik op mijn zestiende hoorde dat ik met mijn bijbaantje in de supermarkt meer verdiende dan mijn oom in de bouw. Hij was de vijftig ruimschoots gepasseerd maar werkte, ondanks zijn versleten lichaam, van het ochtendgloren tot zonsondergang om zijn kinderen een betere toekomst te kunnen bieden.

Ik heb altijd een moeizame verhouding gehad met mijn geboorteland. Als kind schaamde ik me voor mijn afkomst, niet alleen omdat mijn zus en ik de enigen op onze basisschool waren die uit Turkije kwamen, maar ook omdat er toen nog veel kwetsende Turken-moppen circuleerden. Naarmate ik ouder werd, keek ik als zoon van linkse ouders kritischer naar de politieke situatie in het land. Ik stoorde me aan de schending van de mensenrechten, het oppakken van journalisten en het onderdrukken van minderheden. En ik begreep niet waarom de Koerden hun eigen taal niet mochten spreken.

Twintig jaar na het eerste bezoek aan mijn geboortegrond, is er ongelooflijk veel veranderd. Turkije maakt een ongekende economische bloeiperiode door, maar de nieuwe rijkdom is niet voor iedereen. Nog steeds leeft twintig procent van de bevolking onder de armoedegrens en is vijfentwintig procent werkloos. De aardverschuiving in politiek opzicht is zo mogelijk nog heftiger. Het is de AKP gelukt om de macht van het leger sterk terug te dringen. De erfenis van Atatürk staat daarmee zwaar onder druk.

Alle veranderingen ten spijt zijn de oude problemen gebleven. Al decennia wordt Turkije achtervolgd door kwesties waar het geen of onvoldoende antwoord op heeft, zoals de strijd tegen de PKK, de Armeense kwestie en het conflict met Cyprus. Ankara is er te weinig in geslaagd deze problemen bespreekbaar te maken en er een open debat over te voeren. Zeer verontrustend is het verder dat de persvrijheid nog steeds in het geding is. Kritische journalisten die voor de AKP onwelgevallige stukken schrijven, worden zonder pardon opgepakt. Daarnaast dreigt de regering het internet (verder) te censureren. Het zijn zaken die geenszins stroken met de democratisering waar de AKP zich op voor laat staan.

Maar ondanks alles is mijn gevoel voor Turkije langzaam veranderd. Ik zie een land met een enorme potentie en een onstuitbare wil om tot grote hoogten te stijgen. Maar ik zie ook dat oude gewoonten moeilijk slijten. Nog steeds is de ijzeren wil van de staat wet, en is de man op straat nietig. Voor waarachtige verandering is oprechte intentie bij de machthebbers vereist om te streven naar een volwassen democratie waarin de burger niet langer onderdrukt wordt en inspraak krijgt. Turkije staat op een beslissend kruispunt in zijn geschiedenis. De overwinning kan Erdogan op 12 juni niet ontgaan maar, belangrijker, krijgt hij ook carte blanche? Het woord is aan de kiezer.


Deze column verscheen op 9 juni 2011 op de website van de NOS:
http://nos.nl/artikel/246942-het-nieuwe-turkije-houdt-oude-problemen.html

Reageer

Je leest nu NOS-column: Het nieuwe Turkije houdt oude problemen.

Info over dit bericht: